HomeNieuwsWat is LymeSymptomenDiagnoseBehandelingGastenboek
Speeksel van teken bevat - naast soms gevaarlijke bacteriŽn of virussen - ook potentieel nuttige stoffen.

Speeksel van teken bevat - naast soms gevaarlijke bacteriën of virussen - ook potentieel nuttige stoffen. Internist in opleiding Hovius ontdekte dat deze diertjes onder meer een heel krachtig afweeronderdrukkend eiwit uitspugen.

Hovius is niet alleen geïnteresseerd in de ziekten die je van de teek kan krijgen. Het gaat hem vooral ook om de aandoeningen die je in de toekomst misschien kan oplossen dankzij de teek. ‘Dat wil niet zeggen dat ik geen onderzoek doe naar Borrelia', vertelt Hovius. ‘Het blijkt namelijk dat er een soort samenwerking bestaat tussen teek en bacterie. In het speeksel van de in Noord-Amerika voorkomende teek Ixodes scapularis zit een eiwit, Salp15, dat de afweer onderdrukt van degene die gebeten wordt. Voor de teek is dat handig, want als er meteen een heftige afweerreactie met een lokale ontsteking op gang zou komen, dan loopt het diertje kans dat het van de huid afvalt nog voor het zich goed en wel heeft volgezogen met bloed. Een teek zit al snel een dag of vijf tot zeven op zijn slachtoffer voor hij voldoende bloed binnen heeft. Maar ook de meeliftende bacterie Borrelia heeft baat bij het afweer onderdrukkende eiwit. In de speekselklieren van de teek wordt de bacterie als het ware gecoat met het eiwit Salp15. Deze coating beschermt hem tegen doding door antistoffen en daarmee vergroot de ziekteverwekker zijn kans om in het lijf van mens of dier te overleven. En omdat een teek die Borrelia bij zich draagt veel meer Salp15 gaat aanmaken, worden de kansen van de teek op een productieve beet ook groter wanneer hij zelf besmet is met de bacterie. Momenteel onderzoekt Hovius de interactie tussen de ‘Europese varianten' van Salp15 in het speeksel van de Europese teek Ixodes ricinus en de verschillende Borrelia-soorten die bij ons de ziekte van Lyme veroorzaken.

Behalve afweeronderdrukkende eiwitten hebben teken nog meer, wat Hovius noemt, fysiologisch actieve stoffen in hun speeksel. Zo moeten alle bloeddrinkende organismen voorkómen dat hun maaltje stolt voordat het opgezogen kan worden. Muggen, sommige vliegen en ook teken hebben daarom antistollingseiwitten in hun speeksel. ‘Enkele van deze eiwitten blijken erg krachtig te zijn', vertelt Hovius. ‘Ze blijven in ieder geval in diermodellen veel langer werken dan de huidige antistollingsmedicijnen, je hoeft dus minder vaak de stollingstijd te controleren en ze lijken bovendien minder bijwerkingen te geven zoals bloedingen.'

In het artikel in PloS Medicine draait Hovius het verhaal ook om. De zegeningen van de tekeneiwitten kunnen de achilleshiel worden van de teek. Want ken je de eiwitten die blijkbaar essentieel zijn voor de overdracht van Borrelia van teek naar mens of dier, dan heb je ook een potentieel aangrijpingspunt voor medicijnen die deze overdracht zouden kunnen tegengaan. En die daarmee het optreden van de ziekte van Lyme voorkomen. ‘Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een vaccin of een ander middel dat specifiek Salp15 blokkeert', zo filosofeert Hovius.

‘Zo'n middel zou heel welkom zijn, want op dit moment is er nog steeds geen vaccin beschikbaar dat de ziekte van Lyme kan voorkómen. Terwijl er alleen al in Nederland jaarlijks circa twintigduizend nieuwe ziektegevallen optreden, met soms ernstige gevolgen.' Dat er theoretisch een vaccin te maken moet zijn, bewijst de natuur zelf: sommige diersoorten die regelmatig door teken worden gebeten ontwikkelen na verloop van tijd een afweerreactie tegen de teek, waardoor deze van het lijf af valt voordat hij voldoende heeft gedronken. Hiermee wordt de kans op overdracht van de Borrelia bacterie aanzienlijk verkleind. En ook mensen kunnen een overgevoeligheid voor teken ontwikkelen die suggereert dat het immuunsysteem kan leren van eerdere tekenbeten.

Terug naar alle berichten