HomeNieuwsWat is LymeSymptomenDiagnoseBehandelingGastenboek
Breed onderzoek naar tekenbeten door het RIVM

Om de vier jaar verricht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onder huisartsen onderzoek naar het aantal consulten voor een tekenbeet en de mate waarin de ziekte van Lyme optreedt. De uitslag in 2009 was reden voor alarm.

Sinds 1994 is het aantal bezoeken aan de huisarts voor tekenbeten of "erythema migrans" verdrie­voudigd. „We vonden dat we daar iets mee moesten", zegt ir. Agnetha Hofhuis, als onderzoekster werkzaam bij de afdeling infectie­ziekten epidemiologie van het RIVM. „In dezelfde periode lanceerde de Nederlandse Vereniging voor Lymepatiënten met groot succes het burger­initiatief voor beter onderzoek naar de ziekte van Lyme, dus het momentum was daar."

Het leidde tot het onderzoeksproject tekenradar.nl, waarin het RIVM samenwerkt met de Wageningen Universiteit (WUR). Daar doet dr. ir. Arnold van Vliet al jaren onderzoek naar tekenbeten in Nederland, via de website natuurkalender.nl. Tijdens de Week van de Teek van afgelopen maart ging de nieuwe website tekenradar.nl van start. Die biedt dagelijks per regio een voorspelling van de teken­activiteit, die wordt berekend door de WUR. De verwachting is onder meer gebaseerd op weersvoorspellingen. Uit de maandelijkse vangst van teken door vrijwilligers blijkt overigens dat de hoeveelheid teken en de mate van besmetting per locatie sterk kunnen verschillen.

Het RIVM voert de regie over het onderzoeksdeel naar de medische gevolgen van teken­beten: de mogelijke ontwikkeling van lyme en het verloop van de ziekte. „We zijn vooral benieuwd naar de factoren die het risico op ernstige vormen van lyme bepalen", zegt dr. ir. Kees van den Wijngaard van de afdeling infectieziekten epidemiologie. „We weten al dat ongeveer 3 procent van de mensen die worden gebeten door een teek de ziekte van Lyme ontwikkelt. Meestal in een milde vorm. Een minderheid van de geïnfecteerden krijgt ernstige lichamelijke klachten, soms zelfs na be­handeling met antibiotica. Om over de laatste groep betrouwbare uitspraken te kunnen doen, heb je heel veel deelnemers aan het onderzoek nodig."

Door tekenradar.nl bouwt het RIVM een eigen onderzoekspopulatie op. Geïnteresseerden kunnen een tekenbeet of erythema migrans via de site melden en de bewuste teek of een foto van de huidvlek naar het RIVM sturen. Vervolgens krijgen ze om de drie maanden een vragenlijst toegestuurd. Op deze wijze worden ze anderhalf jaar gevolgd.

Op basis van de uitslagen hoopt het RIVM in de toekomst beter te kunnen bepalen wat de risicofactoren zijn voor het ontwikkelen van lyme en wat de kans is op een ernstige vorm van de ziekte. „Is er bijvoorbeeld een verband tussen de aanhechtingsduur en de kans op de ziekte van Lyme", concretiseert Van den Wijngaard. Momenteel zoeken beide epidemiologen naar aanvullende financiering voor onderzoek naar het nut van antibiotica direct na de tekenbeet. „Elk jaar worden meer dan 1 miljoen mensen gebeten door een teek", licht Hofhuis toe. „Geef je die allemaal preventief antibiotica, terwijl maar een zeer kleine groep zonder medicatie ernstige lyme ontwikkelt, dan draagt dat bij aan de resistentie­problematiek. Belangrijk is dat we er zicht op krijgen voor welke patiënten antibiotica direct na een tekenbeet zinvol kan zijn."

Eind 2013 zijn de eerste resultaten van tekenradar.nl te verwachten. Later zullen resultaten over de risico's op langetermijneffecten van de ziekte van Lyme volgen. Het succes van het project hangt in grote mate af van het aantal mensen dat deelneemt aan het onderzoek. De eerste ervaringen zijn voor Van den Wijngaard veel­belovend. „Binnen anderhalf jaar hopen we duizend deel­nemers te hebben. In de eerste weken hebben al 2000 mensen een account aangemaakt, van wie er 343 een tekenbeet en 38 een erythema migrans hebben gemeld. Dat is een score waar we heel blij mee zijn. Een groot voordeel is dat we konden aansluiten bij de populariteit van de Natuur­kalender van Arnold van Vliet."

Op grond van de onderzoeksresultaten hoopt het RIVM ook meer duidelijkheid te krijgen over de kosten van de ziekte van Lyme, door medische consumptie en ziekteverzuim. De meningen van specialisten lopen tot nu toe sterk uiteen. „Door de breedte van het ziektebeeld en de nog niet perfecte diagnostiek is lyme een controversiële ziekte", verklaart Hofhuis. „De strikte school spreekt alleen over lyme als de kwaal met de huidige stand van de medische wetenschap overtuigend kan worden aangetoond. De ruime school spreekt ook van lyme als alle klachten op de ziekte wijzen, zonder dat die met 100 procent zekerheid door laboratoriumonderzoek wordt bevestigd. Door ons onder­zoek hopen we helderheid te verkrijgen over factoren die nu nog onzeker zijn."

De ziekte van Lyme werd in 1978 voor het eerst herkend. Veroorzaker van de kwaal is de in 1981 ontdekte borreliabacterie, die op de mens wordt overgedragen door de schapenteek. De besmetting begint, met een ruime marge, ongeveer een etmaal nadat de teek zich aan de huid heeft gehecht. Als er een rode, zich langzaam uitbreidende vlek ontstaat (erythema migrans), is er sprake van de ziekte van Lyme. In een vroeg stadium is die meestal goed te genezen met antibiotica, maar een op de drie tekenbeten wordt over het hoofd gezien. Bovendien ontstaat niet bij elke besmetting de bekende rode kring.

De ziekteverschijnselen verschillen per patiënt. Bekende symptomen zijn hoofd- en nekpijn, spierpijn, gewrichtsontsteking, rugpijn, nachtelijk zweten, evenwichtsproblemen, aangezichtsverlamming, verhoogde polsslag, hartaandoeningen, gehoorproblemen en afwijkingen in het centrale zenuwstelsel.

Landelijk onderzoek onder huisartsen door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wees uit dat in 1994 30.000 mensen door de huisarts een teek lieten verwijderen. Bij 6000 van hen werd de ziekte van Lyme vastgesteld. Voor 2009 zijn deze cijfers respectievelijk 93.000 en 22.000.

Terug naar alle berichten